Mini cursus Japanse haakschema’s lezen


In dit schema zie je 4 verschillende haaktekentjes.


Losse


Vaste


Meerderen


Minderen
Naast het schema zie je een balk met cijfers. Deze gaan in dit geval van 1 tot 14. Dat betekent dat dit onderdeel 14 toeren heeft. Deze toeren zie je ook terug in het haakschema.



Je begint altijd in het midden van het schema waar nummer 1 aangegeven staat
Start !
1 ) Zowel in het getallenschema als in het haakschema zie je dat er in toer 1, 6 kruisjes (vaste) staan afgebeeld. Dit betekent dat je dus 6 vaste in de ring moet maken.



2) Boven ieder X staat een V wat dus inhoud dat je in iedere steek een steek moet meerderen zodat je uiteindelijk op 12 steken eindigt zoals ook aangegeven staat in het cijferschema.



3) In toer drie zie je zowel X als V staan. Ze wisselen elkaar af. Dit betekent dat je een vaste haakt in de eerste vaste en 2 vaste in de 2e steek zodat je eindigt op 18 steken.



4) In toer 4 zie je dat er nu 2 kruisjes staan tussen de V. Dit houdt dus in dat je in de eerste 2 vaste een vaste steek haakt en dan in de 3e steek 2 steken zodat je eindigt op 24 steken.



5) In toer 5 zie je dat er 3 kruisjes staan tussen de V. Dit houdt dus in dat je in de eerste 3 steken een vaste steek haakt en dan in de 4e steek 2 steken zodat je eindigt op 30 steken zoals in het cijfertabel.



6) Toer 6 is een toer die bestaat uit enkel kruisjes. Dit houdt in dat je deze ronde in iedere vaste 1 steek maakt.
7) Ook toer 7 is een toer die uit enkel vaste bestaat, het aantal steken in nog steeds 30 zoals je in het cijferschema kunt zien. Hierna gaan we minderen, dat kun je zien aan het schema. Dit is even goed kijken hoe je verder moet tellen. Vanaf het cijfer 8 in het schema gezien gaan we links af. Als je aan het einde van de rij op toer 8 bent aan de linker kant ga je verder met toer 9 aan de rechterkant totdat je cijfer 9 hebt bereikt. Dat is 1 ronde.


 Rode stippen = toer 8
8) In toer acht zie je na 8 steken een omgekeerde V staan. Dit betekent dat je steek 9 en 10 bij elkaar moet haken, minderen. Dan volgen er 3 kruisjes en dan weer een omgekeerd V, dit betekend dat we steek 14 en 15 ook bij elkaar haken, minderen. Dan volgen en weer 8 kruisjes, vaste, en daarna een omgekeerde V. We haken dus steek 24 en 25 ook bij elkaar, minderen. Aan het einde van deze toer hebben we 27 steken over zoals ook te zien is in de cijferbalk.


Rode stippen = plaats waar geminderd wordt.
9) In toer 9 zie je alleen maar kruisjes staan. Dit betekend dat we deze toer in iedere vaste 1 vaste
doen. We blijven op 27 steken zoals je in de cijferbalk kunt zien staan.
10) Toer 10 bestaat ook enkel uit kruisjes dus we doen hetzelfde als in toer 9 en blijven op 27 steken.
11) In toer 11 zie je 7 kruisjes dus 7 vaste en daarna een omgekeerde V. Dit houdt in dat je na die 7 vaste steek 8 en 9 bij elkaar moet haken, minderen. Daarna volgen weer 11 kruisjes dus vaste en dan weer een omgekeerde V. Steek 12 en 13 haak je dus weer bij elkaar, minderen. Volgens het cijferschema zouden we nu op 24 steken moeten zitten.
 Rode stippen = plaats waar geminderd moet worden.


12) Toer 12 bestaat uit enkel vaste steken, in iedere vaste 1 vaste. We blijven op 24.
13) Toer 13 bestaat ook uit enkel vaste steken, we blijven op 24 steken.
14) Toer 14 bestaan ook uit enkel vaste steken, we eindigen dus op 24 steken. Zeer waarschijnlijk zal het onderdeeltje wat hierna volgt in op de pagina in het boek ook eindigen op 24 steken zodat het netjes aan elkaar gehaakt kan worden na het vullen.